|
|

Het achtvoudige pad van yoga (Astangha yoga) De grondlegger van de yoga is de wijze Patanjali. De yogafilosofie heeft hij opgeschreven in de Yoga Sutra's (196 regels in 4 hoofdstukken) In het tweede regel van het eerste hoofdstuk staat: "Yogah chitta vrtti nirodhah" Dit kan vertaalt worden als Yoga is het beteugelen (nirodhah) van de schommelingen (vrtti) van de geest (chitta). Het achtvoudige pad van yoga staat beschreven in de Yoga Sutra's. Dit zijn verschillende fases, die je doorloopt als je yoga als levenshouding kiest. Het is geen strenge hiërarchie, maar de fases worden vaak gelijktijdig en zeker in wisselende volgorde beleefd. 1 Yama universele morele geboden, zelfbeheersing met betrekking tot de buitenwereld, zoals bijvoorbeeld geweldloosheid, niet stelen. 2 Niyama zuivering van het zelf door middel van discipline, zelfbeheersing met betrekking tot de eigen persoon 3 Asana lichaamshouding 4 Pranayama ritmische beheersing van de ademhaling 5 Pratyahara het vrijmaken van de geest van de beheersing door de zintuigen en de gerichtheid op uiterlijke voorwerpen 6 Dharana concentratie 7 Dhyana meditatie 8 Samadhi een toestand van supra- of bovenbewustzijn die door middel van diepe meditatie bereikt wordt; in deze toestand wordt de individuele leerling, degene die naar het doel streeft (sadhaka), één met het voorwerp van zijn meditatie - Paramatma of Universele Geest, volledig bewust en waakzaam. Met Yama en Niyama beheerst de yogi zijn driften en emoties. Asana's houden het lichaam gezond. De eerste drie stadia vormen het naar buiten gericht zoeken. De volgende twee stadia, Pranayama en Pratyahara, leren de leerling zijn geest te beheersen, het naar binnen gericht zoeken. De laatste drie stadia, Dharana, Dhyana en Samadhi, voeren de yogi naar de innerlijkste, meest verborgen schuilhoeken van zijn ziel. "Service to humanity is service to God" B.K.S. Iyengar |